Jules Verne

Gij weet dat deze formaliteit met uw paspoort onnoodig is, en dat wij ook het vertoonen van het paspoort niet meer vorderen?"

"Ik weet het, mijnheer," antwoordde Phileas Fogg, "maar ik wensch door uw visa mijn reis naar Suez te constateeren."

"Zooals gij wilt, mijnheer."

Toen de consul het stuk geteekend en gedateerd had, drukte hij er zijn stempel op. Fogg betaalde het visa, en na een koelen groet verliet hij het bureel, gevolgd door zijn knecht.

"Wat zegt ge er van?" vroeg de agent.

"Wel," zeide de consul, "hij heeft het voorkomen van een fatsoenlijk man."

"Dat is wel mogelijk," antwoordde Fix; "maar dat is hier de quaestie niet. Vindt gij niet, mijnheer de consul, dat deze kalme gentleman trek voor trek gelijkt op den dief, waarvan ik het signalement heb ontvangen?"

"Ik geef het u toe; maar gij weet dat alle signalementen...."

"Ik moet er het mijne van hebben," antwoordde Fix; "de knecht schijnt mij minder ondoordringbaar toe dan de meester; bovendien is hij een Franschman en Franschen praten graag. Tot straks, mijnheer de consul."

Met die woorden ging de inspecteur heen om Passepartout op te zoeken.

Toen Fogg het huis van den consul verlaten had, begaf hij zich naar de aanlegplaats. Op eenigen afstand van het schip gekomen gaf hij eenige bevelen aan Passepartout en verdween zelf in zijn hut aan boord der Mongolia. Daar haalde hij zijn opschrijfboekje uit zijn zak en schreef de volgende aanteekeningen:

"Woensdag 2 October,'s avonds 8 uur en 45 minuten Londen verlaten.

"Donderdag 3 October, 's morgens 7 uur 20 minuten te Parijs aangekomen.

"Parijs verlaten donderdag morgen ten 8 ure en 40 minuten.

"Te Turin over den Mont-Cenis aangekomen 4 October, vrijdag 's morgens ten 6 ure 25 minuten.

"Turin verlaten, vrijdag morgen 7 ure 20 minuten.

"Zaterdag 5 October, 's middags 4 uur te Brindisi aangekomen.

"Met de Mongolia verder gereisd zaterdag avond ten 5 ure.

"Te Suez aangekomen, woensdag morgen 9 October ten 11 uur.

"Totaal der uren van de reis: 156 1/2, en der dagen: 6 1/2.

Fogg schreef deze datums op in een reisboek in kolommen verdeeld, die aanduidden--van den 20en October tot den 21en December--de maand, den dag, de uren van aankomst volgens de lijsten, en de uren van werkelijke aankomst in de hoofdstations Parijs, Brindisi, Suez, Bombay, Calcutta, Singapore, Hong-kong, Yokohama, San-Francisco, New-York, Liverpool, Londen, en waarop men ook kon aanteekenen de gewonnen of verloren uren in elke plaats, die men passeerde. Door dit stelselmatig ingerichte reisboek kon men dus van alles rekenschap geven, en Fogg wist altijd of hij voor of achter was.

Hij schreef heden, woensdag 9 October, zijne aankomst, te Suez, die overeenstemde met de aankomst volgens het plan, en waaruit bleek, dat hij noch uren gewonnen, noch verloren had.

Vervolgens liet hij zijn ontbijt in de hut brengen. Wat de stad betrof, hij dacht er zelfs niet aan om haar te gaan zien, want hij behoorde tot die soort van Engelschen, die het land dat zij doortrekken door hunne bedienden laten bezoeken.

ACHTSTE HOOFDSTUK.

Waarin Passepartout een weinig meer spreekt dan hem misschien wel betaamt.

In weinig oogenblikken had Fix Passepartout ingehaald. Deze liep te slenteren en rond te kijken, want hij voor zich achtte zich niet verplicht om iets te zien.

"Wel, vriend," zeide Fix, hem aansprekende, "is uw paspoort al geviseerd?"

"O, zijt gij het, mijnheer," antwoordde de Franschman, "ik dank u nog wel. Alles is in orde."

"En nu bekijkt gij de stad eens?"

"Ja, maar wij reizen zoo gauw, dat het mij is alsof ik droom. Alzoo zijn wij te Suez?"

"Te Suez."

"In Egypte?"

"In Egypte, juist."

"Dus in Afrika."

"In Afrika?"

"In Afrika!" herhaalde Passepartout. "Ik kan het niet gelooven. Verbeeld u eens mijnheer, dat ik niet verder dacht te komen dan Parijs, en die groote hoofdstad heb ik niet weer gezien dan van zeven uur 's morgens tot acht uur veertig, van het noorderstation tot het station van Lyon en dan nog door de raampjes van een rijtuig bij een slagregen! Ja, ik heb er spijt van! Ik had zoo graag Pere-Lachaise en het Cirque in de Champs-Elysees nog eens weergezien."

"Gij hebt dus wel veel haast?" vroeg de inspecteur van politie.